Algemene Vervoer Condities 1983 (AVC)
Artikel 1
- In deze condities wordt onder afzender uitsluitend de contractuele
wederpartij van de vervoerder verstaan; vermelding van een afzender op de
vrachtbrief houdt niet zonder meer in dat de aldus genoemde de contractuele
wederpartij van de vervoerder is.
- Wanneer in de vrachtbrief een geadresseerde wordt vermeld, heeft naast de
afzender ook deze geadresseerde jegens de vervoerder het recht aflevering van
zaken overeenkomstig de op de vervoerder rustende verplichtingen te vorderen.
- In deze condities wordt:
- onder "schriftelijk" verstaan "schriftelijk dan wel langs elektronische
weg";
- naast ondertekening tevens toegestaan enig ander kenmerk van oorsprong;
- onder veerbootdienst verstaan de veerbootdienst in de zin van de
Algemene Veerboot- en Beurtvaartcondities, laatste versie, gedeponeerd door
de Stichting Vervoeradres ter Griffie van de arrondissementsrechtbank te
Amsterdam en Rotterdam.
- Indien gegevens langs elektronische weg worden uitgewisseld, zijn daarop
naast deze condities tevens van toepassing de door de Stichting Vervoeradres
ter Griffie van de arrondissementsrechtbank te Amsterdam en Rotterdam
gedeponeerde Algemene Voorwaarden voor elektronische berichtenverkeer, laatste
versie.
Artikel 2
- De afzender is verplicht:
- de door de wet vereiste gegevens bij het sluiten van de overeenkomst of
tijdig daarna aan de vervoerder te verschaffen;
- de overeengekomen zaken op de overeengekomen plaats, tijd en wijze en
vergezeld van de volgens artikel 20 vereiste vrachtbrief en de door de wet
van de zijde van de afzender overigens vereiste documenten ter beschikking
van de vervoerder te stellen;
- elk te vervoeren collo duidelijk en doelmatig te adresseren en, indien
hem zulks redelijkerwijs mogelijk is, de vereiste gegevens en adressen op of
aan de colli of hun verpakkingen aan te brengen op zodanige wijze, dat zij
in normale omstandigheden tot het einde van het vervoer leesbaar zullen
blijven.
- De afzender kan zich niet door een beroep op welke omstandigheid dan ook
aan de lid 1 genoemde verplichtingen onttrekken, maar hij kan met de
vervoerder schriftelijk overeenkomen, dat de adressering van de colli wordt
vervangen door een vermelding van cijfers, letters of andere symbolen.
- De vervoerder kan de overeenkomst zonder enige ingebrekestelling opzeggen,
wanneer de afzender niet aan zijn in lid 1 onder a vermelde verplichting
voldeed. Tevens kan hij de overeenkomst opzeggen, wanneer de afzender niet aan
zijn in lid 1 onder b vermelde verplichting voldeed, doch dit slechts nadat
hij de afzender schriftelijk of mondeling op een uiterste termijn heeft
gesteld en de afzender bij afloop daarvan nog niet aan zijn verplichting heeft
voldaan. Indien door het stellen van een dergelijke termijn de exploitatie van
zijn bedrijf op onredelijke wijze zou worden verstoord, kan de vervoerder ook
zonder dat tot opzegging overgaan. De afzender kan, indien hij niet aan zijn
in lid 1 onder b vermelde verplichting voldeed, eveneens de overeenkomst
opzeggen. Opzegging geschiedt door mondelinge of schriftelijke kennisgeving en
de overeenkomst eindigt op het ogenblik van ontvangst daarvan. Na opzegging is
de afzender 75% van de overeengekomen vracht aan de vervoerder verschuldigd
zonder tot verdere schadevergoeding te zijn gehouden tenzij uit hoofde van
artikel 8: 1118 BW. Indien geen vracht is overeengekomen, geldt als zodanig de
vracht volgens recht, respectievelijk gebruik, respectievelijk billijkheid.
- De afzender moet aan de vervoerder de door deze geleden schade vergoeden
voor zover deze het gevolg is van de omstandigheid, dat het vervoer van de
zaken van hogerhand geheel of ten dele verboden of beperkt is of zal worden;
deze aansprakelijkheid bestaat echter niet, indien de afzender bewijst dat dit
verbod of deze beperking aan de vervoerder bekend was of redelijkerwijs kon
zijn toen hij de vervoerovereenkomst aanging.
- Artikel 8:1115 lid 4 BW vindt geen toepassing.
Artikel 3
- De afzender moet de vracht betalen op het ogenblik dat hij de vrachtbrief
overhandigd, dan wel op het moment dat de zaken door de vervoerder in
ontvangst zijn genomen, de vracht en verdere op de zaken drukkende kosten te
voldoen.
- Indien ongefrankeerde zending is overeengekomen, is de geadresseerde bij
de inontvangstneming van de zaken verplicht de vracht, het uit anderen hoofde
terzake van het vervoer verschuldigde en verdere op de zaken drukkende kosten
te betalen; indien hij op deze op eerste aanmaning niet voldeed, is de
afzender hoofdelijk met hem tot betaling verplicht. Indien de afzender bij
ongefrankeerde verzending op de vrachtbrief heeft vermeld, dat zonder betaling
van de vracht, van het uit anderen hoofde terzake van het vervoer
verschuldigde of van verdere op de zaken drukkende kosten niet mag worden
afgeleverd, moet de vervoerder, indien geen betaling plaats vindt, de afzender
nadere instructies vragen die hij, tegen vergoeding van kosten en schade en
eventueel betaling van een redelijke beloning, moet opvolgen voor zover hem
dit redelijkerwijze mogelijk is. Indien blijkt dat meer is afgeleverd dan als
verzonden werd opgegeven, wordt dit meerdere geacht op dezelfde voorwaarden
als het volgens de overeenkomst verzondene te zijn verzonden.
- Indien de vracht, het uit anderen hoofde terzake van het vervoer of
verdere op de zaken drukkende kosten op het in lid 1 of lid 2 bedoelde
tijdstip niet zijn voldaan, is degeen, die gehouden is tot betaling, verplicht
daarover rente te betalen op basis van 12% per jaar met ingang van de dag,
waarop deze betalingen hadden moeten geschieden tot en met de dag der
betaling.
- De vervoerder is gerechtigd om alle noodzakelijk gemaakte
buitengerechtelijke en gerechtelijke kosten ter incasso van de vracht en
andere bedragen, zoals genoemd in lid 3, aan degene, die gehouden is tot
betaling van de vracht of andere kosten, in rekening te brengen. De
buitengerechtelijke incassokosten zijn verschuldigd vanaf het moment dat de
debiteur in verzuim is èn, de vordering ter incasso uit handen is gegeven.
- De volle vracht, het uit anderen hoofde terzake van het vervoer
verschuldigde en verdere op de zaken rustende kosten zijn ook verschuldigd
indien de zaken niet, slechts ten dele of beschadigd ter bestemming worden
afgeleverd.
- Beroep op schuldvergelijking (compensatie) van vorderingen tot betaling
van vracht, van het uit anderen hoofde terzake van het vervoer verschuldigde
of van verdere op de zaken drukkende kosten met vorderingen uit anderen hoofde
is niet toegestaan.
- Indien de afzender niet aan zijn in het onderhavige artikel genoemde
verplichtingen heeft voldaan, is de vervoerder bevoegd het vertrek van het
vervoermiddel op te schorten en alsdan wordt de hierdoor voor hem ontstane
schade als op de zaken drukkende kosten aangemerkt.
Artikel 4
- De instructies, die de afzender aan de vervoerder zelf met betrekking tot
zaken kan geven, kunnen, naast hetgeen de wet daaromtrent bepaalt, ook een
wijziging van de plaats van terbeschikkingstelling van de zaken aan de
vervoerder inhouden. Instructies betreffende niet-aflevering, die de persoon,
die deze moet uitvoeren, tijdig bereiken, moeten echter in afwijking van
artikel 8:1125 lid 2 BW bepaalde steeds worden uitgevoerd.
- Instructies kunnen worden gegeven ook nadat de vervoerder de zaken in
ontvangst heeft genomen.
- De afzender is verplicht de vervoerder de door het opvolgen van de
instructies geleden schade en gemaakte kosten te vergoeden. Steeds wanneer het
voertuig ten gevolge van de gegeven instructies naar een niet eerder
overeengekomen plaats is gereden, moet de afzender, behalve vergoeding van
geleden schade en gemaakte kosten, ook terzake een redelijke vergoeding geven.
- Het recht tot het geven van instructies vervalt al naarmate de
geadresseerde op de losplaats de zaken aanneemt of de geadresseerde van de
vervoerder schadevergoeding verlangt omdat deze de zaken niet aflevert.
Artikel 5
- De vervoerder is verplicht de overeengekomen zaken op de overeengekomen
plaats, tijd en wijze in ontvangst te nemen.
- Indien hij aan deze verplichting niet voldoet kunnen beide partijen de
overeenkomst met betrekking tot de zaken, die de vervoerder niet in ontvangst
heeft genomen, opzeggen. De afzender kan dit echter slechts doen nadat hij de
vervoerder schriftelijk of mondeling een uiterste termijn heeft gesteld en de
vervoerder bij afloop daarvan nog niet aan zijn verplichting heeft voldaan. De
opzegging geschiedt door mondelinge of schriftelijke mededeling aan de
wederpartij en de overeenkomst eindigt op het ogenblik, waarop deze mededeling
wordt ontvangen.
- Na opzegging is de vervoerder verplicht de afzender de schade te
vergoeden, die deze bewijst door de opzegging te hebben geleden. Deze
schadevergoeding beloopt echter niet meer dan een bedrag gelijk aan tweemaal
de overeengekomen vracht. Indien geen vracht is overeengekomen, geldt als
zodanig de vracht volgens recht, respectievelijk gebruik, respectievelijk
billijkheid.
- Artikel 8:1109 BW is niet van toepassing.
Artikel 6
- Indien door de vervoerder ontvangen zaken (in hun eventuele verpakking)
niet ter bestemming worden afgeleverd of niet in dezelfde staat, als waarin
hij één en ander heeft ontvangen, worden afgeleverd, is de vervoerder
behoudens het elders of in deze condities bepaalde voor de daardoor ontstane
schade aansprakelijk. De last zijn schade te bewijzen, rust op de afzender.
- De aansprakelijkheid van de vervoerder is beperkt tot een bedrag van ¦ 7,50 per kilogram.
- Het aantal kilogrammen, waarvan ter berekening van het in het tweede lid
bedoelde bedrag wordt uitgegaan, is het op de vrachtbrief vermelde gewicht van
het beschadigde of verloren gegane zaak, ter vaststelling waarvan met lid 4
van dit artikel rekening wordt gehouden.
-
- Indien de verpakking door of vanwege de vervoerder ter beschikking is
gesteld of de zaken onverpakt ten vervoer ter beschikking zijn gesteld en
onverschillig of de verpakking al dan niet beschadigd is, wordt uitgegaan van
het aantal kilogrammen, dat de zaken zonder hun verpakking bij hun
terbeschikkingstelling ten vervoer wogen.
- Indien de verpakking niet door of vanwege de vervoerder ter beschikking is
gesteld en zij blijkens haar aard bestemd is voor meer dan één vervoer na
elkaar te worden gebezigd, wordt ingeval:
- de schadevergoeding uitsluitend zaken betreft, uitgegaan van het aantal
kilogrammen, dat de zaken zonder hun verpakking bij hun terbeschikkingstelling
ten vervoer wogen;
- de schadevergoeding uitsluitend verpakking betreft, uitgegaan van het
aantal kilogrammen, dat de verpakking bij haar terbeschikkingstelling woog;
- de schadevergoeding zowel zaken als verpakking betreft,
- voor de van het bedrag, waartoe de aansprakelijkheid van de vervoerder
ten aanzien van de zaken is beperkt, uitgegaan van uitsluitend het aantal
kilogrammen, dat de zaken zonder hun verpakking bij hun
terbeschikkingstelling ten vervoer wogen en
- voor de berekening van het bedrag, waartoe de aansprakelijkheid van de
vervoerder ten aanzien van de verpakking is beperkt, uitgegaan van
uitsluitend het aantal kilogrammen, dat de verpakking zonder hun zaken bij
haar terbeschikkingstelling ten vervoer woog.
- Indien de verpakking niet door of vanwege de vervoerder ter beschikking is
gesteld en zij blijkens haar aard niet bestemd is voor méér dan één vervoer na
elkaar: het aantal kilogrammen, dat de verpakking en de zaken tezamen bij hun
terbeschikkingstelling ten vervoer wogen.
Artikel 7
- De vervoerder kan zich van de in artikel 6 genoemde aansprakelijkheid en
van iedere andere aansprakelijkheid, die de wet of deze condities hem
opleggen, bevrijden door te bewijzen in hoeverre het niet nakomen van zijn
verplichtingen is te wijten aan overmacht, waaronder mede worden verstaan de
omstandigheden en de bijzondere risico's waarvan de artikelen 8:1098 lid 1 en
8:1099 BW vermelden, dat zij de vervoerder van aansprakelijkheid ontheffen.
- De vervoerder kan niet om zich van zijn aansprakelijkheid te ontheffen
beroep doen op de gebrekkigheid van het voertuig of van het materiaal, waarvan
hij zich bedient, tenzij dit laatste door de afzender, de geadresseerde of de
ontvanger te zijner beschikking is gesteld. Onder materiaal wordt niet
begrepen een schip, luchtvaartuig of spoorwagon, waarop het voertuig zich
bevindt. Voor de toepassing van dit lid wordt onder gebrekkigheid mede
verstaan onvoldoende uitrusting of op andere wijze tekort schieten.
Artikel 8
Indien aflevering aan huis is overeengekomen, moet de vervoerder de zaken
bezorgen aan de deur van het adres, dat op de vrachtbrief is vermeld of aan de
deur van een adres, dat hem in plaats daarvan - met inachtneming van artikel 4 -
tijdig door de afzender is opgegeven. Wanneer het adres niet via een verharde
rijweg of anderszins redelijkerwijs bereikbaar is, moet afgeleverd worden op een
plaats, die zo dicht mogelijk bij het oorspronkelijk opgegeven adres
ligt.
Artikel 9
Een handeling of een nalaten van wie ook, behalve van de vervoerder zelf,
geschied hetzij met het opzet schade te veroorzaken, hetzij roekeloos en met de
wetenschap dat schade er waarschijnlijk uit zou voortvloeien, ontneemt de
vervoerder niet het recht zich op enige uitsluiting of beperking van zijn
aansprakelijkheid te beroepen.
Artikel 10
De vervoerder is uit hoofde van de vervoerovereenkomst tot niet meer gehouden
dan voortvloeit uit deze condities en uit Boek 8 titel 13 afdelingen 1 en 2
Burgerlijk Wetboek, voorzover althans van de bepalingen van die afdelingen in
deze condities niet is afgeweken.
Artikel 11
De vervoerder behoud zich het recht voor:
- de zaken of het door hem voor het vervoer gebezigde vervoermiddel zelf met
al die vervoermiddelen te vervoeren, welke hem dienstig zullen voorkomen en de
zaken, indien hij zulks nodig acht, te bewaren in alle zodanige
vervoermiddelen, bergruimten en/of opslagplaatsen, als hij zal goedvinden,
onverschillig of deze vervoermiddelen, bergruimten of opslagplaatsen aan de
vervoerder of aan derden toebehoren en onverschillig of deze opslagplaatsen al
dan niet deel uitmaken van de openbare weg.
- de te volgen route vrijelijk te bepalen, mitsdien ook van de gebruikelijke
route af te wijken. Hij is tevens gerechtigd die plaatsen aan te doen, waarvan
hij dit voor de uitoefening van zijn bedrijf wenselijk acht.
- met zijn voertuigen andere voertuigen te slepen. Hij is tevens gerechtigd
onder alle omstandigheden met zijn vervoermiddelen hulp te verlenen.
Artikel 12
- Indien, doordat na het in ontvangst nemen van de zaken door de vervoerder
naar diens oordeel het vervoermiddel de reis redelijkerwijs niet kan aanvangen
of voortzetten of indien na dit in ontvangst nemen tengevolge van welke
omstandigheid dan ook het vervoer of de aflevering van de zaken naar het
oordeel van de vervoerder redelijkerwijs niet of niet binnen redelijke tijd
worden aangevangen, voortgezet of voltooid, is de vervoerder verplicht zulks,
zo maar enigszins mogelijk, aan de afzender mede te delen. Vervoerder en
afzender hebben dan alsnog de bevoegdheid de overeenkomst op te zeggen.
- De opzegging geschiedt door een mondelinge of schriftelijk mededeling aan
de wederpartij en de overeenkomst eindigt op het ogenblik, waarop deze
mededeling wordt ontvangen. De vervoerder blijft echter door hem in de artikel
11 onder A en art. 8:1118 BW toegekende bevoegdheden houden.
- De vervoerder is niet verplicht voor het verdere vervoer naar de
bestemmingsplaats zorg te dragen en is bevoegd de zaken te lossen en voor
rekening en gevaar van de afzender op te slaan in de naar zijn oordeel eerst
bereikbare en daarvoor geschikte plaats;
- de afzender is bevoegd de zaken tot zich te nemen. Alle voor of na de
opzegging op de zaken vallende kosten komen, onder voorbehoud van lid 4, ten
laste van de afzender.
- De vervoerder is verplicht de afzender de schade te vergoeden, die deze
bewijst te hebben geleden door de opzegging van de overeenkomst, doch niet
voor zover is opgezegd op grond van door de vervoerder aan te tonen overmacht,
als bedoeld in artikel 7.
Artikel 13
- Indien de vervoerder zich heeft verbonden tot vervoer naar een plaats
verder dan tot waar de door hem geëxploiteerde vervoermiddelen komen,
geschiedt ook de verdere uitvoering van de vervoerovereenkomst en van al
hetgeen daarmede samenhangt - inning en afdracht van remboursgelden daaronder
begrepen - op de onderhavige voorwaarden, voor zover althans die verdere
uitvoering plaats vindt over de weg. Op het verdere vervoer per veerbootdienst
zijn van toepassing de door de Stichting Vervoeradres te griffie van de
arrondissementsrechtbank te Amsterdam en Rotterdam gedeponeerde Algemene
Veerboot- en Beurtvaartcondities, laatste versie. In alle andere gevallen
treedt voor dat verdere vervoer de vervoerder als expediteur namens de
afzender op, met dien verstande dat zijn aansprakelijkheid in geen geval hoger
zal zijn dan het in artikel 6 genoemde bedrag.
- De vervoerder is ook terzake van de verdere uitvoering over de weg en per
veerboot jegens de afzender als vervoerder aansprakelijk, zulks met
inachtneming van het in deze voorwaarden bepaalde en derhalve ook niet tot
hogere bedragen, dan in deze voorwaarden is voorzien. Deze aansprakelijkheid
vervalt in zoverre de afzender op de vrachtbrief en het bewijs van ontvangst
heeft vermeld door welke vervoerder of welke vervoerders de verdere uitvoering
van de vervoerovereenkomst zal moeten geschieden en die verdere uitvoering ook
aldus heeft plaatsgehad. In dit geval treedt de vervoerder als expediteur
namens de afzender op, waarbij zijn aansprakelijkheid op gelijke wijze beperkt
zal zijn als in lid 1 genoemd.
- In het in lid 2, tweede zin, genoemde geval is iedere opvolgende
vervoerder jegens de afzender als zodanig aansprakelijk doch uitsluitend
terzake van het vervoer over het door hem bediende traject.
- De vervoerder is bevoegd van een instructie inzake de methode van
doorvervoer, d.w.z. inhoudende dat het doorvervoer over de weg, per spoorweg,
door de lucht, te water of door een pijpleiding of anderszins moet
plaatsvinden, af te wijken indien daartoe naar zijn oordeel gewichtige redenen
bestaan.
Artikel 14
Indien de vervoerder aansprakelijk is uitsluitend omdat hij een verplichting,
die op hem rust uit hoofde van de artikelen 8:1115 lid 2 en 8:1118 lid 3 BW dan
wel van de artikelen 12 lid 4, 17, 19 of 21 van deze condities, niet nakwam, zal
een door hem terzake verschuldigde schadevergoeding niet meer bedragen dan wat
hij in geval van totaal verlies der betrokken zaken verschuldigd zou kunnen
zijn.
Artikel 15
Partijen kunnen niet ten voordele van de vervoerder wijziging aanbrengen in
de regeling van aansprakelijkheid en bewijslast, zoals deze is gegeven in de
artikelen 12 en 21 van deze condities en dit geldt zelfs, wanneer uit enige in
de vrachtbrief voorkomende bepaling of daarop geplaatste aantekening het
tegendeel zou blijken.
Artikel 16
- De vervoerder is niet verplicht de zaken binnen enige termijn, welke dan
ook, af te leveren en dit geldt zelfs - doch onder voorbehoud van lid 2 van
dit artikel - wanneer uit enige in de vrachtbrief voorkomende bepaling of
daarop geplaatste aantekening het tegendeel zou blijken.
- Onder voorbehoud van artikel 6 en slechts wanneer de afzender bewijst, dat
tussen hem en de vervoerder zelf bij het sluiten van de overeenkomst in
afwijking van lid 1 van het onderhavige artikel uitdrukkelijk een termijn van
aflevering werd overeengekomen, is de vervoerder, behoudens door hem aan te
tonen overmacht als bedoeld in artikel 7, bij overschrijding van deze termijn
voor de gevolgen daarvan aansprakelijk en dan nog slechts wanneer deze termijn
op de vrachtbrief en een eventueel aan de afzender afgegeven ontvangstbewijs
is vermeld en deze documenten door de vervoerder zijn ondertekend; de enkele
vermelding van deze termijn op de vrachtbrief levert te dezer zake geen enkel
bewijs op.
- Indien de vervoerder aansprakelijk is doordat hij niet aflevert binnen de
in lid 2 van dit artikel genoemde termijn, heeft de afzender geen ander recht
dan betaling te vorderen van een bedrag gelijk aan de hem daardoor opgekomen
schade en de last te bewijzen dat hij schade leed en tot op welk bedrag, rust
op de afzender.
- Indien de vervoerder aansprakelijk is, uitsluitend doordat hij niet
afleverde binnen de in lid 2 van dit artikel genoemde termijn, is zijn
aansprakelijkheid beperkt tot de overeengekomen vracht. Indien de vervoerder
aansprakelijk is zowel omdat hij de zaken niet afleverde binnen de in lid 2
van dit artikel genoemde termijn en tevens uit hoofde van artikel 6 wordt de
schadevergoeding als volgt berekend; het bedrag, dat de vervoerder op grond
van zijn aansprakelijkheid uit hoofde van artikel 6 is verschuldigd, wordt
geheel of gedeeltelijk aangewend om de uit hoofde van dat artikel
verschuldigde schadevergoeding te voldoen en de schadevergoeding terzake van
vertraagde aflevering is beperkt tot het bedrag van de vracht na aftrek van de
uit hoofde van artikel 6 verschuldigde vergoeding.
Artikel 17
- Indien de geadresseerde na kennisgeving van aankomst van de zaken niet
opkomt, indien hij het in ontvangst nemen van de zaken niet aanvangt, indien
hij dit niet regelmatig en met bekwame spoed voortzet, indien hij weigert de
zaken aan te nemen of voor ontvangst te tekenen, kunnen de zaken door de
vervoerder, zonder dat enige rechterlijke machtiging is vereist, voor rekening
en gevaar van de afzender op de door de vervoerder met inachtneming van
redelijke zorg te bepalen wijze en plaats worden opgeslagen - zo nodig ook in
het vervoermiddel, waarin zij werden vervoerd - of gestald; de vervoerder is
verplicht de afzender op de hoogte te stellen.
- De vervoerder kan met inachtneming van lid 1 ook tot opslag of stalling
overgaan, indien het stellen van zekerheid als in artikel 18 bedoeld, wordt
geweigerd, of indien geschil ontstaat omtrent het bedrag of de aard van de te
stellen zekerheid.
- Behalve in geval van beslag kunnen de zaken, na verloop van één week na de
aangetekende verzending aan de afzender van een schriftelijke kennisgeving van
de voorgenomen verkoop, door de vervoerder voor rekening van de afzender
publiekelijk of onderhands worden verkocht zonder dat verder het inachtnemen
van enige formaliteit nodig zal zijn.
- De verkoop kan geschieden zonder het inachtnemen van enige termijn en
zonder kennisgeving, indien de zaken aan bederf onderhevig zijn of indien
bewaring schadelijk zou kunnen zijn of schade of gevaar voor de omgeving zou
kunnen opleveren. Wanneer geen voorafgaande kennisgeving plaats vond, is de
vervoerder verplicht na de verkoop daarvan kennis te geven aan de afzender.
- Ten aanzien van levende have bedraagt de in lid 3 bedoelde termijn drie
dagen met dien verstande dat de vervoerder zonder het inachtnemen van enige
termijn en zonder voorafgaande kennisgeving tot verkoop mag overgaan indien de
toestand van de levende have zulks gewenst doet zijn. Wanneer geen
voorafgaande kennisgeving plaats vond, is de vervoerder verplicht na de
verkoop daarvan kennis te geven aan de afzender.
- De vervoerder behoudt de opbrengst van de verkochte zaken, na aftrek van
het bedrag van een eventueel rembours en een aan de vervoerder in verband
daarmee toekomende commissie en van al hetgeen dat terzake van het verkochte
aan de vervoerder toekomt, zowel voor vracht als voor kosten van opslag of
stalling als voor andere kosten en schaden, gedurende zes maanden na de
aanneming van de zaken ten vervoer ter beschikking van de afzender, na verloop
van welke termijn hij het ter beschikking gehouden bedrag onder gerechtelijke
bewaring zal stellen.
Artikel 18
- De vervoerder heeft jegens ieder, die daarvan afgifte verlangt, een
retentierecht op zaken en documenten, die hij in verband met de
vervoerovereenkomst onder zich heeft.
- Dit recht komt hem echter niet toe jegens een derde, indien hij op het
tijdstip dat hij de zaken ten vervoer ontving, reden had te twijfelen aan de
bevoegdheid van de afzender jegens die derde de zaken ten vervoer ter
beschikking te stellen.
- Tegenover de afzender of de ontvanger kan de vervoerder het recht van
retentie slechts uitoefenen voor hetgeen hem verschuldigd is of zal worden ter
zake van het vervoer van de zaken. Hij kan dit recht tevens uitoefenen voor
hetgeen bij wijze van rembours op de zaken drukt.
- De vervoerder kan het in lid 2 toegekende recht van retentie eveneens
uitoefenen voor hetgeen hem door de afzender nog verschuldigd is in verband
met voorgaande vervoerovereenkomsten.
- De vervoerder kan het recht van retentie tevens uitoefenen voor een hem in
verband met een rembours toekomende provisie, waarvoor hij geen zekerheid
behoeft te aanvaarden.
- Indien bij de afrekening geschil ontstaat over het verschuldigde bedrag of
ter bepaling daarvan een niet spoedig uit te voeren berekening nodig is, is
hij, die aflevering vordert, verplicht het gedeelte over welks
verschuldigdheid partijen het eens zijn, terstond te voldoen en voor de
betaling van het door hem betwiste gedeelte of van het gedeelte, waarvan het
bedrag nog niet vaststaat, zekerheid te stellen.
Artikel 19
Indien zaken niet zijn afgeleverd binnen 30 dagen na de dag, waarop zij ten
vervoer werden aangenomen en het onbekend is waar zij zich bevinden, worden zij
als verloren aangemerkt. Door het in ontvangst nemen van een vergoeding deswege
doet degeen, die jegens de vervoerder het recht heeft aflevering van die zaken
te vorderen ten gunste van die vervoerder afstand van genoemde zaken, tenzij hij
zijn rechten op die zaken binnen 37 dagen na de dag, waarop de zaken ten vervoer
werden aangenomen, bij aangetekende brief aan de vervoerder heeft gereserveerd
met het verzoek hem onmiddellijk te berichten ingeval de zaken worden
teruggevonden binnen één jaar na de betaling der vergoeding. De vervoerder is
verplicht aan dit verzoek gevolg te geven en binnen 30 dagen na ontvangst van
het bericht van terugvinden is die afzender respectievelijk geadresseerde
gerechtigd de zaken tot zich te nemen. De afzender respectievelijk geadresseerde
is daarbij verplicht aan de vervoerder terug te betalen de vergoeding, die hij
van deze ontving voor schade, die achteraf blijkt niet te zijn geleden. Indien
de afzender respectievelijk geadresseerde van dit recht op teruggave niet binnen
de gestelde termijn gebruik maakt of wanneer hij niet heeft verzocht hem bij
terugvinden van de zaken bericht te zenden, wordt hij aangemerkt als de zaken te
hebben geweigerd en kan de vervoerder handelen als hem in artikel 17 is
toegestaan, zonder dat hij nochtans verplicht is die afzender respectievelijk
geadresseerde daarvan kennis te geven.
Artikel 20
- De afzender is verplicht bij de ter beschikkingstelling van zaken aan de
vervoerder deze een vrachtbrief met daarvan deel uitmakend bewijs van
ontvangst te overhandigen, waarin vermeld staat dat deze Algemene
Vervoercondities op de gesloten vervoerovereenkomst van toepassing zijn. De
afzender is verplicht de vrachtbrief volgens de daarop voorkomende
aanwijzingen volledig en naar waarheid in te vullen en hij staat in voor de
juistheid en volledigheid, op het ogenblik van de ter beschikkingstelling van
de zaken, van de door hem verstrekte gegevens. Het ontbreken van de
vrachtbrief kan niet aan vervoerder of afzender worden tegengeworpen en heeft
ook niet tengevolge dat deze condities niet toepasselijk zijn.
- Indien de zaken ter beschikking worden gesteld, die niet in goede staat
verkeren, is de afzender verplicht de staat van deze zaken op de vrachtbrief
te omschrijven.
- Indien de vervoerder dit verlangt is de afzender verplicht de vrachtbrief
te ondertekenen. Ondertekening kan worden gedrukt of door een stempel worden
vervangen.
Artikel 21
- De vervoerder is verplicht zich als vervoerder op het hem door de afzender
aangeboden bewijs van ontvangst duidelijk kenbaar te maken en dit, mits naar
waarheid ingevuld, te ondertekenen en aan de afzender af te geven.
Ondertekening kan worden gedrukt of door een stempel worden vervangen.
- De vervoerder is verplicht bij de inontvangstneming van de zaken de
juistheid van de vermelding van het aantal colli op de vrachtbrief en het
bewijs van ontvangst te controleren. Deze verplichting bestaat niet, wanneer
naar het oordeel van de vervoerder het vervoer daardoor aanmerkelijk zou
worden vertraagd.
- Indien hij op grond van het in lid 2 bepaalde het aantal colli niet heeft
gecontroleerd of indien hij bij controle een verschil heeft geconstateerd, is
hij verplicht dit op de vrachtbrief en het bewijs van ontvangst aan te
tekenen. In geen van deze beide gevallen is hij aan het vermelde stukstal
gebonden; heeft hij een dergelijke aantekening niet geplaatst, dan is hij wel
aan het vermelde stukstal gebonden.
- Indien hij bij de inontvangstneming van de zaken van oordeel is dat de
uiterlijke staat daarvan enig gebrek vertoont of dat de zaken, gelet op hun
aard of de door hem voorgenomen wijze van vervoer niet voldoende of niet
doelmatig zijn verpakt, is hij verplicht dit op de vrachtbrief en het bewijs
van ontvangst aan te tekenen. Uit het ontbreken van een dergelijke aantekening
mag niet worden aangenomen, dat de vervoerder de zaken in uiterlijk goede
staat dan wel voldoende of doelmatig verpakt heeft ontvangen.
Artikel 22
- Partijen kunnen overeenkomen, dat de zaken met een rembours zullen worden
belast, dat echter niet hoger zal zijn dan de factuurwaarde der zaken. In dat
geval mag de vervoerder de zaken slechts afleveren tegen voorafgaande betaling
van het rembours in contant geld, tenzij de afzender de vervoerder heeft
gemachtigd een andere wijze van betaling te accepteren.
- De vervoerder is verplicht, nadat een zending onder rembours is afgeleverd
of, ingeval van vervoer zoals bedoeld in de tweede zin van artikel 13 lid 2,
nadat de gelden op grond van lid 3 van het onderhavige artikel aan hem zijn
afgedragen, de desbetreffende remboursgelden onverwijld doch in ieder geval
binnen twee weken aan de afzender af te dragen dan wel op diens bank- of
girorekening over te doen schrijven.
- Ingeval van vervoer, zoals bedoeld in de tweede zin van artikel 13 lid 2,
is de vervoerder, die de zending aan de geadresseerde heeft afgeleverd,
verplicht de desbetreffende remboursgelden onverwijld, doch in ieder geval
binnen twee weken, af te dragen aan de vervoerder, die de zending van de
afzender ten vervoer heeft aangenomen, mits de naam van deze vervoerder op de
vrachtbrief is vermeld.
- De in lid 2 van dit artikel genoemde termijn van twee weken vangt aan op
de dag, waarop de zaken zijn afgeleverd, dan wel in geval van vervoer als
bedoeld in de tweede zin van artikel 13 lid 2, op de dag, waarop de
vervoerder, die de zending van de afzender ten vervoer heeft aangenomen, de
remboursgelden ontving. De in lid 3 van het onderhavige artikel genoemde
termijn van twee weken vangt aan op de dag, waarop de zaken zijn afgeleverd.
- De ontvanger, die ten tijde van de aflevering weet, dat een bedrag als
rembours op de zaken drukt, is verplicht aan de vervoerder het door deze aan
de afzender verschuldigde bedrag te voldoen.
- Indien de zaken zonder voorafgaande inning van het rembours zijn
afgeleverd, is de vervoerder verplicht aan de afzender de schade ten hoogste
tot het bedrag van het rembours te vergoeden, tenzij hij bewijst dat er geen
schuld van hem of van zijn ondergeschikten aanwezig was. Deze verplichting
laat zijn recht op verhaal tegen de geadresseerde onverlet. Wanneer de
afzender gebruik heeft gemaakt van zijn recht, omschreven in artikel 13 lid 2,
geldt de aansprakelijkheidsregeling van artikel 13 lid 3.
- Verschuldigde remboursprovisie komt ten laste van de afzender.
- Indien uit hoofde van dit artikel door een vervoerder verschuldigde
bedragen niet op de in dit artikel vermelde tijdstippen zijn voldaan, is die
vervoerder verplicht hierover rente op basis van 12% per jaar te betalen met
ingang van de dag, waarop hij verplicht was te betalen tot en met de dag der
betaling.
- Alle vorderingen tegen de vervoerder uit hoofde van een remboursbeding
verjaren met de tijd van twaalf maanden, te rekenen met de aanvang van de dag
volgende op de dag waarop de zaken werden afgeleverd of hadden moeten zijn
afgeleverd.
Artikel 23
- De vervoerder is verplicht zorg te dragen voor de verzekering van zaken op
de bij deze condities gevoegde Algemene Verzekeringsvoorwaarden 1979 indien
zulks door de afzender wordt verlangd bij de aanbieding van de zaken ten
vervoer.
- In geval van verzekering wordt de vrachtbrief voor deze zaken opgesteld in
de vorm van een transportbrief, welke transportbrief tegelijkertijd het
polisadres is.
- Als te verzekeren bedrag geldt de in de transportbrief vermelde waarde en
bij gebreke van zodanige vermelding ¦ .1.000,-- per
zending zoals deze zaken zijn vermeld op de transportbrief.
- De vervoerder is niet aansprakelijk voor de gevolgen van onderverzekering,
wanneer de te verzekeren som niet in de transportbrief is vermeld, noch
wanneer hij de verzekering tot de in de transportbrief vermelde som heeft
bezorgd.
- De vervoerder is verplicht om, wanneer uit het polisadres niet blijkt bij
welke verzekeraar de verzekering is gesloten, zulks aan de afzender op diens
verlangen mede te delen.
- De vervoerder is niet gehouden er voor zorg te dragen dat een verzekering,
als in dit artikel bedoeld, door zijn bemiddeling tot stand komt ten behoeve
van afzenders, ten aanzien van wie hij te dier zake ontheffing heeft verkregen
van de Stichting Vervoeradres te ‘s-Gravenhage, en mits aan de afzender van de
ontheffing schriftelijk is kennis gegeven.
- De vervoerder, die niet nakomt zijn verplichting er voor zorg te dragen,
dat er een verzekering, als in dit artikel bedoeld, tot stand komt, is
gehouden de dientengevolge ontstane schade te vergoeden.
Artikel 24
- De vervoerder kan op deze condities beroep doen uit welken hoofde en door
wie hij ook moge worden aangesproken en de afzender, die niet voldeed aan
enige verplichting die de wet of deze condities hem opleggen, vrijwaart hem -
onverminderd het elders in deze condities bepaalde - voor alle schade, die hij
mocht lijden, wanneer hij terzake van het vervoer van de zaken door een derde
wordt aangesproken.
- Ten behoeve van al diegenen, waarvoor de vervoerder terzake van het
vervoer van de zaken uit welken hoofde dan ook aansprakelijk is of mocht
worden gehouden, wordt hierbij bedongen, dat deze personen, alsmede degenen
voor wie zij op hun beurt aansprakelijk zijn of mochten worden gehouden, een
beroep kunnen doen op iedere beperking en/of ontheffing van aansprakelijkheid,
waarop uit hoofde van deze condities of van enige ander wettelijke of
contractuele bepaling van een vervoerder in de zin van deze condities een
beroep kan doen.
Artikel 25
Behoudens het bepaalde in de artikelen 3 lid 3 en 22 lid 8 zijn partijen over
een door hen verschuldigd bedrag rente verschuldigd op de voet van artikel 6:119
BW; de hoogte van deze rente bedraagt tot op de dag der betaling 12% per
jaar.
Artikel 26
- Indien de zaken met uiterlijke zichtbare schade of verlies door de
vervoerder worden afgeleverd zonder dat de geadresseerde bij of dadelijk na
aanneming van de zaken een schriftelijk voorbehoud, waarin de algemene aard
van de schade of het verlies is aangegeven, ter kennis van de vervoerder heeft
gebracht, dan wordt de vervoerder geacht de zaken in dezelfde staat te hebben
afgeleverd als waarin hij hen heeft ontvangen.
- Indien de schade of het verlies niet uiterlijk waarneembaar is en de
geadresseerde niet binnen één week na aanneming van de zaken een schriftelijk
voorbehoud, waarin de algemene aard van de schade of het verlies is
aangegeven, ter kennis van de vervoerder heeft gebracht, wordt de vervoerder
eveneens geacht de zaken in dezelfde staat te hebben afgeleverd als waarin hij
hen heeft ontvangen.
Artikel 27
Alle vorderingen uit hoofde van de vervoerovereenkomst, waaronder begrepen
alle vorderingen uit hoofde van een remboursbeding , verjaren met de tijd van
twaalf maanden, te rekenen met de aanvang van de dag, volgende op de dag, waarop
de zaken werden afgeleverd of hadden moeten zijn
afgeleverd.